|
Term |
Omschrijving |
|
JIJ of IK roepen
(in een duel) |
De speler/keeper roept Jij of ik als hij zeker is
van zijn zaak.
○
IK als hij zeker weet dat hij de bal heeft of
○
JIJ als hij zeker weet dat hij de bal NIET kan hebben |
|
Los |
De keeper roep dat als hij vindt dat zijn spelers de bal niet
meer mogen raken. |
|
Weg |
De speler roept dat als de bal weggespeeld moet worden
○
Er dreigt gevaar > scoringskans tegenstander
○
Balverlies |
|
Niet happen |
Duel met tegenstander niet aangaan
○
Tegenstander voor je houden
○
Tegenstander dwingen iets te gaan doen (dribbelen, spelen van de
bal) |
|
Aannemen |
De bal onder controle brengen
○
Er is geen direct gevaar om de bal te verliezen |
|
Tijd |
De bal kan rustig worden aan-/meegenomen/
○
Er is geen direct gevaar voor balverlies
○
Speler kan “rustig” zelf beslissen hoe hij verder wil spelen |
|
Scherm af |
Je lichaam tussen de bal en de tegenstander brengen
○
De tegenstander kan dan niet bij de bal |
|
Vrij lopen |
Zo gaan staan dat je de bal kunt krijgen
○
De tegenstander kan de bal dan NIET onderscheppen |
|
Doe mee |
De (mede)speler een signaal geven dat hij zich bij het spel moet
betrekken
○
Aansluiten
○
Aanspeelbaar zijn |
|
Naar de bal toe |
Een speler wordt aangespeeld. In plaats van af te wachten tot de
bal bij hem is gaat hij naar de bal toe.
○
De tegenstander heeft dan geen kans de bal te onderscheppen
○
Je kunt de bal sneller een vervolg geven (doorspelen) |
|
Controle |
De bal komt je richting in en je zorgt er eerst voor dat je de
bal beheerst
(onder controle brengen)
○
Vaak een hoge bal
○
Uittrap van de keeper |
|
Terug kan |
De speler/keeper roept dat als de bal terug gespeeld kan worden.
|
|
Niet terug |
De speler/keeper roept dat als de bal NIET terug gespeeld
kan worden |
|
Spelen |
De bal direct naar een vrijstaande medespeler spelen
○
Niet met de bal gaan lopen |
|
Aanbieden |
Speler moet bewust uit de dekking van de tegenstander komen en
aanspeelbaar zijn voor zin medespeler
○
al dan niet met schijnbeweging |
|
Rust (aan de bal) |
De bal controleren en het vervolg rustig uitvoeren
○
Er is geen direct gevaar voor balverlies
○
Overzicht houden en dan actie |
|
Aanpakken / winnen |
Duel met tegenstander aangaan en bal veroveren |
|
Helpen |
De speler(s) in de buurt van de medespeler met bal helpen hem
○
Zorgen dat je aanspeelbaar bent en hij de bal kan overspelen
○
Een combinatie aanbieden, b.v. een 1-2tje |
|
Zoek op |
Speler met de bal gaat zo snel mogelijk richting de tegenstander
○
Tegenstander krijgt dan minder tijd om positie te kiezen
○
Vaak gebruiken in 1 tegen 1 situaties als scoringskans na
uitspelen van de tegenstander het gevolg is |
|
Kom er tussen |
Speler moet proberen om zo snel mogelijk weer tussen de bal en
het eigen doel te komen.
○
Na balverlies
○
Om de opbouwende tegenstander de pas af te snijden |
|
Zet vast |
Elke speler zoekt zijn eigen of de dichtstbijzijnde tegenstander
op zodat deze geen mogelijkheid heeft om de bal te spelen
○
Je komt dan vaak in balbezit
○
De speler met het beste overzicht geeft hiervoor het teken |
|
Lichaam gebruiken |
Je lichaam tussen de bal en de tegenstander brengen
○
De tegenstander kan dan niet bij de bal
○
Evt. voorafgaand de tegenstander een schouderduw geven |
|
Breed maken /
Groot maken |
Het speelveld zo groot of breed mogelijk maken
○
Naar de zijlijn toe en van de tegenstander af bewegen.
○
vleugelspelers naar buiten en de spits diep bewegen |
|
Schijnactie maken |
Een beweging uitvoeren die lijkt dat je iets gaat doen
○
Eerst naar de bal toe en dan er van weg
○
Eerst van de bal weg en dan er naar toe |
|
Diep |
Speler loopt de ruimte in richting doel van de tegenstander
○
De ruimte kan b.v. gemaakt worden door de vleugelaanvaller |
|
Zakken |
Bij balverlies direct achter de bal komen en verdedigende
positie innemen
○
Om een snelle opbouw van de tegenpartij te verhinderen
○
Je team verdedigend te versterken
○
Blijf intussen wel om je heen blijven kijken |
|
(kort) dekken |
Je dicht bij je directe tegenstander opstellen
○
als de bal zijn richting in gespeeld wordt heb jij een grote
kans
deze te onderscheppen
○
Blijf goed opletten > bal, tegenstanders, medespelers |