Keepersaction| Keepersopleidingen    
     
 

 

 
 
Voetbaltaal en begrippen

Deze pagina wordt telkens weer aangevuld!

Heb je aanvulling voor deze pagina dan stellen wij dat erg op prijs! Je kunt hiervoor ons Mailen  

 
opsommingsteken

AANSLUITEN: Beweging waarbij de spelers van een team  de ruimte tussen henzelf en de linie vòòr hen verkleinen. Dit vergemakkelijkt het onderlinge samenspel en bemoeilijkt dat van het andere team. Synoniem: inschuiven)

opsommingsteken

AANSNIJDEN: Bal met binnen/ of buitenkant van de schoen met een precieze boog naar een medespeler schieten. Een technisch veeleisende manoeuvre.

opsommingsteken

AANSPEELBAAR: Een speler die in een positie verkeert waarin een medespeler de bal naar hem kan passen, zonder dat een tegenstander hem dit kan beletten, is aanspeelbaar.

opsommingsteken

AANSPEELPUNT: Spits die de bal na ontvangst kundig in zijn bezit weet te houden, ondanks pogingen van verdedigers hem deze te ontfutselen. Door balbezit te houden, geeft hij teamgenoten de tijd om zich ook in de aanval te melden. Een vervolgactie is dan ook vaak het trappen van de bal naar de mee opkomende spelers.

opsommingsteken

AANWEZIG: Wanneer een speler "aanwezig" is, wil dat zeggen dat hij zich manifesteert tijdens een wedstrijd. Een speler die "afwezig" is, verstopt zich. Pas op: een speler die "afwezig" is, is dus wel fysiek, maar niet geestelijk aanwezig.

opsommingsteken

ACHTER DE BAL: Verder verwijderd van het vijandelijk doel dan van de bal. De uitdrukking wordt alleen gebruikt in relatie tot spelers (die achter de bal worden gehouden). Iedereen die achter de bal staat op het moment dat de tegenstander hem afpakt, kan meteen helpen verdedigen. Wie dan vóór de bal staat, is eigenlijk al gepasseerd.

opsommingsteken

AFVALLENDE BAL: Bal die na een voorzet of doelpoging uit het strafschopgebied wordt gespeeld. De bedoeling van de aanvallende partij is om de "afvallende bal" op te pikken en onmiddellijk weer in de richting van het vijandelijk doel te spelen, dan wel te schieten.

opsommingsteken

AS: Mathematische manier om de spelers van een elftal te benoemen die centraal op het veld spelen: doelman, laatste man, centrale middenvelder, spits. Vanwege deze positie zijn het vaak de belangrijkste spelers die in de as spelen.

opsommingsteken

BALTEMPO: De snelheid waarmee de bal in een elftal van man tot man gaat. Een hoog baltempo is vaak nodig om de tegenpartij te verschalken. (Synoniem:balsnelheid)

opsommingsteken

BEHOUDEND: Een elftal dat nadruk op de verdediging legt en geen enkel risico neemt, speelt behoudend. Een coach die zulk voetbal propageert,noemt men een behoudende coach.

opsommingsteken

BEVRIEZEN: Een elftal kan zowel de wedstrijd als de stand bevriezen. Betekent hetzelfde: op balbezit spelen om de stand, zoals die op dat moment is. te bewaren.

opsommingsteken

BEZET: 1) Posities bezet houden wil zeggen: spelers staan op plekken waar de trainer ze gedacht heeft. Dit is een voorwaarde om het door de trainer uitgedachte systeem te laten werken. 2) De term wordt ook gebruikt om de kwaliteit van een speler in relatie tot zijn positie aan te geven. 3) Een elftal dat dubbel bezet is, heeft op de reservebank voor elke positie een geschikte vervanger.

opsommingsteken

BIJSLUITEN: Kleiner maken van de afstand tussen een speler en zijn medespeler. Het doel hiervan is tweeledig: in een verdedigende situatie sluit een speler om om een medespeler te assisteren bij het verdedigen van een bepaalde tegenstander. In een aanvallende situatie sluit hij bij om gemakkelijker aanspeelbaar te zijn voor een medespeler in bezit van de bal.

opsommingsteken

BINDEN: Een verdediger van de tegenpartij zo bezighouden met verdedigende taken dat hij niet aan aanvallende acties toekomt.

opsommingsteken

BLINDE TRAP: Onbeheerste trap tegen de bal waarbij de speler geen duidelijke bestemming voor ogen heeft. Ook wel wilde trap genoemd.

opsommingsteken

BOOGBAL: Lob van grote afstand over de keeper.

 
 

De bal moet van leer zijn. Met een bal van plastic of een bal waarover plastic is gespoten, mag dus niet gespeeld worden. De omtrek van de bal (68-70 cm) en het gewicht ervan voor de wedstrijd (410-450 gram) liggen reglementair vast. Heeft een druk gelijk aan 0.6 - 1.1 atmosfeer (600 - 1100g/cm²) op zeeniveau.

De scheidsrechter bepaalt met welke bal gespeeld wordt. In competitiewedstrijden kan slechts gespeeld worden met een bal, waarop staat: Fifa Approved, Fifa Inspected, International Matchball Standard

 
 
 

Overtredingen begaan tegen de doelverdediger

• Het is een overtreding wanneer een speler voorkomt dat de doelverdediger de bal uit zijn handen in het spel kan brengen.

• Een speler moet worden bestraft voor gevaarlijk spel als hij de bal trapt of poogt te trappen, wanneer de doelverdediger bezig is deze in het spel te brengen.

• Het is een overtreding om de beweging van de doelverdediger te beperken, door hem op onsportieve wijze te blokkeren, bv. bij het nemen van een hoekschop.