Maarten Arts: 'Een keeper
moet de bal aanvallen'
door Jeroen Mascini
01 mrt 2008, UTRECHT - Maarten Arts verbaast zich nogal eens
over gerenommeerde voetbalkeepers in binnen- en buitenland.
"Ik zie veel keepers steeds dezelfde fouten maken.
Dan vraag ik me af wat de
trainer daar dan aan doet."
De keeperstrainer van FC Utrecht gelooft heilig in zijn
filosofie, kort gezegd het aanvallen van de bal. "Mijn
werkwijze wordt steeds meer opgepikt."
In het leven van Arts draait bijna alles om de edele kunst
van het doel verdedigen. De inwoner van Soest werkt niet
alleen bij FC Utrecht. Daarbovenop regelt hij namens Uhl
Sport de handschoenencontracten voor de doelmannen van elf
van de achttien eredivisieclubs. "Het is veel, maar het is
allemaal te behappen, omdat al mijn werkzaamheden in elkaar
overlopen", vertelt Arts, die twee boeken schreef over het
keepersvak.
Op sportpark Zoudenbalch heeft de selectie van FC Utrecht
net de training afgerond. Arts is aan de vooravond van het
duel met PSV in de weer geweest met Wesley de Ruiter en
Franck Grandel. Eerste doelman Michel Vorm is geblesseerd.
Arts was in zijn jonge jaren een verdienstelijke
hoofdklassekeeper bij Achilles'29 (Groesbeek) en Venray, tot
hij op zijn 29ste moest stoppen wegens een zware
knieblessure. De gymleraar ging daarop het trainersvak in.
Hij werkte onder meer bij NEC in zijn toenmalige woonplaats
Nijmegen, Fortuna Sittard en de amateurs van SML uit Arnhem.
Elf jaar geleden begon hij bij FC Utrecht met Harald
Wapenaar en Stefan Postma. In de Domstad verdiende hij een
contract voor onbepaalde tijd en is hij tegenwoordig de
trainer van alle keepers vanaf veertien jaar. "In al die
jaren heb ik mijn eigen visie ontwikkeld", vertelt de
49-jarige Arts. "Grof gezegd gaat het om het aanvallen van
de bal. De keeper moet zo snel mogelijk de bal in
bezit
krijgen. Het liefste al buiten het strafschopgebied. Die
methode heeft consequenties voor de opstelling in het doel,
de techniek van vangen en vallen en de manier waarop je als
doelman een een-tegen-een-duel ingaat."
Als voorbeeld geeft Arts de positie van de keeper. "Bij
schoten van buiten de zestien zie je veel keepers vijf, zes
meter voor hun doel staan om hun doel te verkleinen. Daar
geloof ik niet in. Mijn keepers staan op de lijn, omdat
reactiesnelheid veel belangrijker is. Michel Vorm is een van
de kleinste keepers van de eredivisie en staat het dichtst
op de doellijn, maar pakte vorig jaar wel de meeste ballen."
Ook elders is het effect zichtbaar. "Ik heb Arno van Zwam
zelf getraind en nu werkt hij als keeperstrainer bij NAC.
Hij heeft Jelle ten Rouwelaar verder teruggehaald naar de
doellijn en er gaat een wereld voor Jelle open. Ik wil niet
beweren dat ik de wijsheid in pacht heb en voel me zeker
niet miskend, maar steeds meer mensen, ook in het
buitenland, komen erachter dat mijn filosofie werkt."
Een paar jaar terug maakte de vaderlandse voetbalwereld zich
zorgen over de keepers. Inmiddels lijkt het een stuk beter
te gaan. "Maarten Stekelenburg is natuurlijk een prima
keeper en elders krijgen jonge gasten ook de kans. Dat is
belangrijk voor hun ontwikkeling. Kijk naar Piet Velthuizen
bij Vitesse en Vorm en De Ruiter bij ons. In potentie hebben
we een paar heel aardige doelmannen, er wordt alleen altijd
zoveel van ze gevraagd. In Duitsland kijken ze alleen of hij
de ballen stopt, maar bij ons wordt verwacht dat een keeper
met zijn zwakke been de bal over veertig meter op de
stropdas van een medespeler legt."
Mondiaal scoort Nederland daardoor wel hoog wat het
keeperstalent betreft, vindt Arts. "Het grappige is dat ze
elk land denkt de beste keepers van de wereld te hebben.
Maar moet je Kahn eens zien bij een terugspeelbal. Dan
schieten de tranen je in de ogen."
|