|
Lage rugklachten en sportbeoefening
1.Algemeen
Heden ten dage
zijn lage rugklachten niet weg te denken uit onze
samenleving. Iedereen krijgt er ooit wel eens mee te
maken. Uit schattingen blijkt dat 60-90% van de
bevolking regelmatig klachten heeft aan de onderrug.
Jaarlijks komt lage rupgijn bij 5% van de bevolking
voor.
In een
huisartsenpraktijk is dit ongeveer 3% van alle
patiënten per jaar. En voor fysiotherapeuten is lage
rugpijn de meest voorkomende verwijsdiagnose: 27%
van alle patiënten die de fysiotherapeut bezoekt
heeft lage rugpijn. Hierbij moet je weten dat je
zelf veel kan doen om lage rugklachten in de hand te
werken én te voorkomen.
In dit
overzichtsartikel wordt dieper ingegaan op de
gevaren voor rugproblemen bij sportbeoefenaars.
Enkele van de meeste voorkomende bewegingsfouten
worden aangehaald. Een eenvoudig woordgebruik wordt
gehanteerd om de omvangrijkheid van de lage rug –
problematiek te om-schrijven. Uiteraard dienden wij
ons te beperken tot een summier overzicht.

2.Prognose en beloop van een rugaandoening
Bij 60% van de
mensen begint een episode lage rugpijn plotseling.
De klachten treden op bij activiteiten zoals bukken
en tillen. De overige 40% geven aan dat de klachten
geleidelijk opkomen. De oorzaak van lage rugpijn
blijft meestal ongekend. Er wordt bij ca. 90% van
alle patiënten geen specifieke medische diagnose
gesteld. Lage rugklachten worden daarom terecht
soms als een “syndroom” beschouwd. Er
blijft een groot aantal gevallen waar de juiste
diagnose – ook heden ten dage – niet kan worden
bepaald. Men spreekt dan van “idiopathische
rugpijn”.
De oorzaken van
rugpijnen zijn erg uiteenlopend. 80% van alle
rug-klachten zijn te wijten aan klachten ten gevolge
van een letsel aan gewrichtsbanden (ligamenten), de
pezen of de spieren in de rug (acuut of chronisch).
Verder zijn er klachten ten gevolge van een
wervelbeschadiging of de tussenwervelschijven (vb.
discus – hernia), specifieke aandoeningen (scoliose,
ziekte van Bechterew (1), de ziekte van Scheuermann
(2), …), rugklachten ten gevolge van andere
aandoeningen (vb. door nierpro-blemen, gekantelde
baarmoeder, kanker, …) tot verwijzingen naar de
psychologische achtergronden van rugklachten.
Rugklachten zouden nl. vaak de fysieke uitdrukking
zijn van bepaalde psychische problemen (zoals
depressies).
Gelukkig is het
verloop van lage rugpijn meestal gunstig. Bij 80-90%
van de mensen met lage rupgijn verdwijnen de
klachten spontaan binnen 4-6 weken. Van de mensen
die met lage rugklachten bij de huisarts komen, is
65% na 12 weken klachtenvrij. Maar lage rugpijn is
recidiverend.
3.Anatomie
De wervelkolom bestaat uit 24
wervels, plus het heiligbeen en het staartbeen. We
verdelen de wervelkolom in: hals-, borst- en
lendenwervelkolom, het heiligbeen en het staartbeen.
Hoe lager, hoe groter de wervels in functie van het
gewicht dat ze moeten dragen. Zo zijn de halswervels
het kleinst omdat ze ongeveer 5 kg moeten dragen.
De lendewervels (lage rug) zijn veel groter omdat ze
niet alleen het hele lichaamsgewicht moeten torsen,
maar ook zeer beweeglijk moeten zijn en moeten
weerstaan aan enorme krachten. Er zijn 5
lenden-wervels (de lumbale wervels). Ze kunnen dus
goed achter-, voor- en zijwaarts bewegen maar laten
slechts een beperkte rotatie toe. De onderste
lendewervel (Lumbaal 5 – afgekort L 5) is ver-bonden
met het heiligbeen (sacrum) dat uit vijf aan elkaar
gegroeide wervels bestaat, waaraan tot slot het
staartbeentje zit. Het heiligbeen is verder door
middel van twee gewrichten zeer hecht verbonden met
het bekken. Dit zijn de zogenaamde sacro-iliacale
gewrichten (SI-gewrichten).
We kunnen hierbij
onmiddellijk aanstippen dat elke beweging van het
bekken met het daaraan vastzittende sacrum een
bewegingsverandering in de wervelkolom veroorzaakt.
Dit is uiterst belangrijk bij het aanleren van
correcte houdingen en het corrigeren van foute
houdingen.
De wervelkolom
heeft bovendien een natuurlijke kromming
waardoor het gewicht van het bovenlichaam door de
wervels kan gedragen worden en schokken kunnen
opgevangen worden. Wanneer de drie natuurlijke
krom-mingen in evenwicht zijn, zullen de oren,
schouders en de heupen mooi uitgelijnd zijn en
loodrecht boven elkaar liggen. Om rugpijn te
voorkomen moeten die natuurlijke krommingen in alle
omstandigheden (tijdens het staan, lopen, zitten,
enz.) behouden blijven. Een luie doorgezakte
houding of een “militaire” houding benadrukken de
rugkrom-mingen teveel. De positie van het bekken
bepaalt dus verder ook de houding van de wervelkolom
en de diepte van de drie krommingen. Wannneer men
het bekken naar voor kantelt ontstaat een holle rug.
Als die lendeuitholling te groot is, spreekt men
van “hyperlordose”, wat aanleiding kan geven tot
chronische rugklachten.
Een
biomechanische afwijking (beenlengteverschil)
kan ook een typische oorzaak van
overbelasting-letsels zjn in diverse sporten zoals
vb. lopen. Een beenlengteverschil zou bij bijna 2
op 3 lopers aanleiding geven tot rugklachten temeer
men er rekening mee moet houden dat bij elk contact
met de grond een impakt-kracht van ongeveer 3 à 5 x
het lichaamsgewicht moet worden geabsorbeerd.
4.
Spierstelsel
De wervelkolom
bestaat uit afzonderlijke wervels die door middel
van passieve structuren, nl. tussen-wervelschijven,
verstevigingsbanden en gewrichtsvlakken, bij elkaar
worden gehouden.
De taak van de
spieren is juist die passieve structuren te
ontlasten, hieraan steun te geven. Wanneer de
spieren geen actieve steun geven aan deze
structuren, worden ze overbelast en gaan we
vermoeidheid of zelfs pijn ervaren. Spieren en pezen
kunnen uiteraard zelf ook voor problemen zorgen als
ze te zwak, te kort of te gespannen zijn.
Dagelijkse training kan dit voorkomen en zorgt
tegelijkertijd voor een beter spier-gevoel wat leidt
tot een beter gebruik van de spieren.
5.
Sportbeoefening
Sporten en bewegen
wordt vaak geadviseerd om rugklachten te voorkomen
en als revalidatie. Doch, kies bewust uw
bewegingsvormen uit of vergewis u van de mogelijke
specifieke belastingen bij veelvuldige beoefening
van bepaalde sporten.
Risicosporten
zijn o.m. (intensieve beoefening van)
turnen/gymnastiek, rugby, ballet, volleybal,
dolfijn-zwemmen, schoonspringen, golf,
gewichtheffen, gevechtssporten (judo, worstelen,
enz.), dans en roeien. Aanbevolen sporten
zijn fietsen, zwemmen (rugzwemmen of crawl (opgepast
nek!)), individuele fitness, wandelen, balspelen
(maar opgelet met smash en opslag bij volley,
tennis, enz.). Het is ten allen tijde
belangrijk regelmatig stabilisatie-oefeningen uit te
voeren!
Er kunnen zich
zowel acute trauma’s als overbelastingsletsels ten
gevolgen sportbeoefening voordoen.
Een acuut
letsel ontstaat meestal door een eenmalig
trauma, zowel in de contact- als in de
niet-contactsporten. Vb. een tackle in de rugby,
voetbal of american football.
Een
kompressiefractuur (breuk waarbij het
wervellichaam als het ware wordt samengedrukt)
blijkt ook regelmatig voor te komen bij
valschermspringers, paardrijden en autosport.
Ook bij
wintersporten komen ernstige rugletsels voor. Bijna
één op vier wintersportletsels zijn wervelfracturen.
Denk maar aan snowboarders, ijshockey, skiën,
langlaufen, …
Een val op het
zitvlak kan bij skiën (alpine én langlauf) een
kompres-siefractuur veroorzaken. Dit is een zeer
belangrijke vaststelling als we weten dat steeds
meer ouderen, eventueel met verminderde botmassa (osteo-porose)
of verminderde spierkracht (ook ongetrainden!) deze
sporten beoefenen.
De
overbelastingsletsels ter hoogte van de lage rug
worden vastgesteld bij gymnastiek, ballet,
kunstschaatsen, hockey, golf, voetbal,
gewichtheffen, roeien, …
Bij herhaald
negeren van de signalen zal slechts een ‘kleine’
overbelasting nodig zijn om een ernstig letsel (vb.
discus-hernia) te doen ontstaan. Vaak gebeurt dit
bij de niet zo aktieve sportbeoefenaar die tijdens
een squash- of tenniswedstrijdje te ver moet reiken
om een lage bal te raken en plots zijn rug
‘blokkeert’.
Het blijft
uiteraard steeds moeilijk om aan te tonen waarom een
welbepaalde sporter rugklachten krijgt, terwijl zijn
teamgenoten (die dezelfde training heeft en dezelfde
wedstrijden speelt) klachtenvrij blijft.
Algemeen kan men
stellen dat letsels aan de (lumbale) wervel-kolom
meestal ontstaan door: slechte techniek, slechte
(spier)- conditie en een anatomische afwijking.
Het is algemeen
aanvaard dat elke sportbeoefening moet worden
voor-afgegaan door een warming – up in
combinatie met stretching-oefeningen. Veel
opwarmings- en lenigheids-oefeningen zijn evenwel
gevaarlijk, zoals gestrekt benen heffen vanuit
ruglig, voorover buigen met gestrekte benen en de
tenen trachten te raken, enz.
Een gebrekkige
spierconditie kan leiden tot een overdreven lumbale
lordose (kromming) zoals bij turners,
gewichtheffers. Bij sporters met een hyperlordose
moet voldoende aan-dacht worden besteed aan de
versterking van de buikspieren en de bekkencontrole.
6.
De leeftijd als bepalende factor
Een andere
mogelijke factor van rugproblemen heeft te maken met
de leeftijd.
In vele sporten
beging de training reeds op zeer jonge leeftijd. Dit
is vooral belangrijk in sporten waar coördinatie,
lenigheid, evenwicht, enz. tot de basisvaardigheden
behoren.
De vroege start
van de intensieve training met het doel de
perfectie te bereiken, vereist dikwijls veel
monotone en repetitieve belasting met verhoogd
risico op een letsel en een groeistoornis.
Verschillende
studies hebben aan-getoond dat de wervelkolom zeer
gevoelig is bij het opgroeïende kind en dit
voornamelijk in de groeispurt (jongens tussen 12-15
jaar en bij meisjes 10-14 jaar). De groeischijf is
bijzonder gevoelig voor overbelas-tingsletsels.
Eigenlijk zouden
lichaamsmetingen en maturiteitsbepalingen een vast
onder-deel moeten vormen van een regelmatig
terugkerend onderzoek. Coaches moeten het
trainingsregime alleszins reduceren voor sporters in
volle groeispurt.
Opgelet:
rugklachten bij jonge sporters moeten steeds als een
alarmsignaal worden beschouwd, en mogen zeker niet
worden beschouwd als iets waaraan men moet wennen.
Preventief & gezond met de rug !
Verschillende
studies hebben aangetoond dat een oefenprogramma
uiterst belangrijk is in het voorkomen en behandelen
van rugklachten en dat immobilisatie (bedrust) een
negatieve invloed heeft op rugklachten ! Zo werd
aangetoond dat er drie dagen oefenen nodig zijn om
het negatieve effect van één dag bedrust teniet te
doen. Over welke bewegingen en hoeveel beweging
nodig is, bestaan echter nog geen precieze
richtlijnen.
Recent onderzoek
heeft bovendien uitgewezen dat er een sterk verband
bestaat tussen het ontstaan van rugklachten en een
aantal risico-factoren zoals fysieke stress (vb.
herhaaldelijk zware lasten dragen), zwaarlijvigheid,
slechte houding, zwakke rug- en buikspieren,
spanning en angst, gebrek aan fysieke activiteit en
zelfs verveling op het werk, psychologische stress
en roken!
Zowel de
buikspieren, de bekken-bodemspieren als de lage
rugspieren dienen te worden getraind. Bouw uw
oefenschema progressief op en geef in het begin
zeker voldoende rust na elke trainingssessie.
Het is hierbij
belangrijk op te merken dat niet alleen de lokale
spierkracht dient te worden ontwikkeld maar ook de
spieruithouding. Het blijkt namelijk dat vele
personen die rugklachten krijgen de nodige
spierkracht bezitten om de last één of twee keer te
verplaatsen. Het is pas bij het herhaaldelijk
uitvoeren van dezelfde beweging dat de rugklachten
ontstaan. Bovendien zal men bij “vermoeidheid” de
goede hef- en draagtechniek sneller verwaarlozen.
Een
spierversterkingsprogramma moet daarom bestaan uit
een groot aantal herhalingen en een kleine last (spieruithouding),
afgewisseld met een klein aantal herhalingen met een
grote last (spierkracht). Aerobe training
(uithoudingstraining) verbetert ook de
spieruithouding.
Door de aerobe
uithouding te verbeteren, neemt het gehalte aan
Beta-endorfines toe in het bloed en de hersenen.
Deze neuro-hormonen werken als een pijnstiller en
verhogen het gevoel van welbehagen.
Hieronder volgen
een aantal als gevaarlijk beschouwde oefeningen die
men best niet uitvoert, tenzij onder deskundige
begeleiding. Voor een goed begrip van wat volgt,
moet men rekening houden met 3 factoren:
-
de doelgroep:
wat een gezond en getraind atleet zonder problemen
kan uitvoeren, kan gevaarlijk zijn voor mensen met
rugklachten
-
opgepast voor
chronische overbelastingsletsels. Deze ontstaan
door een opstapeling van kleine letsels en de
effecten komen meestal pas tot uiting na langere
tijd.
-
bovendien worden
sommige oefeningen gevaarlijk door ze vaak te
herhalen.
Rugproblemen en sportbeoefening: meest voorkomende
fouten.
Of een oefening
gevaarlijk is of niet hangt voor een groot deel af
van het feit of men wel of niet in staat is om
binnen zijn normale bewegingsgrenzen en zonder te
forceren de beweging uit te voeren.
Het is dus zeker
niet zo dat bepaalde oefeningen moeten verbannen
worden alleen maar omdat ze er gevaarlijk uitzien.
Indien u
rugklachten hebt, raadpleeg dan steeds een deskundig
kinesist of arts om na te gaan of sommige
oefeningen al dan niet kunnen worden uitgevoerd.
Indien u meer
informatie wenst over de opmaak van het artikel en
de geraadpleegde bronnen, aarzel niet contact op te
nemen via onderstaande website.
Voetnoot:
(1) De Ziekte van Bechterew is een chronische
reumatische aantasting van de wervelkolom. Naar
schatting 1 op 1000 mensen zou aan deze (sluipende)
ziekte lijden. Ze begint op jonge leeftijd en na
verloop van tijd kan de hele rug verstijven door
verschrompeling van het bindweefsel.
(2) Ziekte van Scheuermann is een groeïstoornis in
het borstgedeelte van de wervelkolom die ontstaat
tijdens de puberteit, vooral bij jongens. Hierdoor
ontstaat een kromme rug.
Naargelang de criteria die worden gehanteerd, wordt
deze aandoening vastgesteld bij 5 tot 40% van de
bevolking.
|