Voor vele toeschouwers langs de lijn en vaders en
moeders, worden nogal veel termen door de speler gebruikt waarvan ze
eigenlijk niet goed weten wat er nu precies mee wordt bedoeld.
(Eerlijk gezegd zijn er ook best veel voetballers die niet alle termen
kennen.) Op deze pagina hebben wij er een aantal op een rij gezet en
wij hopen dat u hiermee wat begrip kunt vinden in de dingen waarmee een
voetballer en keeper allemaal mee te maken heeft. En natuurlijk ook dat
u hierdoor meer inzicht en spelplezier kunt opdoen..
Mocht u opmerkingen en /of vragen over dit artikel
hebben dan zijn wij u graag van dienst, stuur ons een
berichtje
of vul s.v.p.het gastenboek in! Dank u wel !
|
Term |
Omschrijving |
|
JIJ of IK roepen
(in een duel) |
De speler/keeper roept Jij of ik als hij zeker is
van zijn zaak.
○
IK als hij zeker weet dat hij de bal heeft of
○
JIJ als hij zeker weet dat hij de bal NIET kan hebben |
|
Los |
De keeper roep dat als hij vindt dat zijn spelers de bal niet
meer mogen raken. |
|
Weg |
De speler roept dat als de bal weggespeeld moet worden
○
Er dreigt gevaar > scoringskans tegenstander
○
Balverlies |
|
Niet happen |
Duel met tegenstander niet aangaan
○
Tegenstander voor je houden
○
Tegenstander dwingen iets te gaan doen (dribbelen, spelen van de
bal) |
|
Aannemen |
De bal onder controle brengen
○
Er is geen direct gevaar om de bal te verliezen |
|
Tijd |
De bal kan rustig worden aan-/meegenomen/
○
Er is geen direct gevaar voor balverlies
○
Speler kan “rustig” zelf beslissen hoe hij verder wil spelen |
|
Scherm af |
Je lichaam tussen de bal en de tegenstander brengen
○
De tegenstander kan dan niet bij de bal |
|
Vrij lopen |
Zo gaan staan dat je de bal kunt krijgen
○
De tegenstander kan de bal dan NIET onderscheppen |
|
Doe mee |
De (mede)speler een signaal geven dat hij zich bij het spel moet
betrekken
○
Aansluiten
○
Aanspeelbaar zijn |
|
Naar de bal toe |
Een speler wordt aangespeeld. In plaats van af te wachten tot de
bal bij hem is gaat hij naar de bal toe.
○
De tegenstander heeft dan geen kans de bal te onderscheppen
○
Je kunt de bal sneller een vervolg geven (doorspelen) |
|
Controle |
De bal komt je richting in en je zorgt er eerst voor dat je de
bal beheerst
(onder controle brengen)
○
Vaak een hoge bal
○
Uittrap van de keeper |
|
Terug kan |
De speler/keeper roept dat als de bal terug gespeeld kan worden.
|
|
Niet terug |
De speler/keeper roept dat als de bal NIET terug gespeeld
kan worden |
|
Spelen |
De bal direct naar een vrijstaande medespeler spelen
○
Niet met de bal gaan lopen |
|
Aanbieden |
Speler moet bewust uit de dekking van de tegenstander komen en
aanspeelbaar zijn voor zin medespeler
○
al dan niet met schijnbeweging |
|
Rust (aan de bal) |
De bal controleren en het vervolg rustig uitvoeren
○
Er is geen direct gevaar voor balverlies
○
Overzicht houden en dan actie |
|
Aanpakken / winnen |
Duel met tegenstander aangaan en bal veroveren |
|
Helpen |
De speler(s) in de buurt van de medespeler met bal helpen hem
○
Zorgen dat je aanspeelbaar bent en hij de bal kan overspelen
○
Een combinatie aanbieden, b.v. een 1-2tje |
|
Zoek op |
Speler met de bal gaat zo snel mogelijk richting de tegenstander
○
Tegenstander krijgt dan minder tijd om positie te kiezen
○
Vaak gebruiken in 1 tegen 1 situaties als scoringskans na
uitspelen van de tegenstander het gevolg is |
|
Kom er tussen |
Speler moet proberen om zo snel mogelijk weer tussen de bal en
het eigen doel te komen.
○
Na balverlies
○
Om de opbouwende tegenstander de pas af te snijden |
|
Zet vast |
Elke speler zoekt zijn eigen of de dichtstbijzijnde tegenstander
op zodat deze geen mogelijkheid heeft om de bal te spelen
○
Je komt dan vaak in balbezit
○
De speler met het beste overzicht geeft hiervoor het teken |
|
Lichaam gebruiken |
Je lichaam tussen de bal en de tegenstander brengen
○
De tegenstander kan dan niet bij de bal
○
Evt. voorafgaand de tegenstander een schouderduw geven |
|
Breed maken /
Groot maken |
Het speelveld zo groot of breed mogelijk maken
○
Naar de zijlijn toe en van de tegenstander af bewegen.
○
vleugelspelers naar buiten en de spits diep bewegen |
|
Schijnactie maken |
Een beweging uitvoeren die lijkt dat je iets gaat doen
○
Eerst naar de bal toe en dan er van weg
○
Eerst van de bal weg en dan er naar toe |
|
Diep |
Speler loopt de ruimte in richting doel van de tegenstander
○
De ruimte kan b.v. gemaakt worden door de vleugelaanvaller |
|
Zakken |
Bij balverlies direct achter de bal komen en verdedigende
positie innemen
○
Om een snelle opbouw van de tegenpartij te verhinderen
○
Je team verdedigend te versterken
○
Blijf intussen wel om je heen blijven kijken |
|
(kort) dekken |
Je dicht bij je directe tegenstander opstellen
○
als de bal zijn richting in gespeeld wordt heb jij een grote
kans
deze te onderscheppen
○
Blijf goed opletten > bal, tegenstanders, medespelers |